Verkeersregels

Zware overtredingen: de 3e en 4e graad in België

Alle zware overtredingen van de 3e en 4e graad in België, duidelijk uitgelegd met de wegcode-artikelen. Van gsm en rood licht tot spookrijden, plus wat ze op je theorie-examen betekenen.

In het Belgische verkeersrecht worden overtredingen ingedeeld in vier graden, afhankelijk van het gevaar dat ze veroorzaken. De 3e en 4e graad zijn de zogenaamde zware overtredingen: gedrag dat de veiligheid van anderen rechtstreeks in gevaar brengt of kan leiden tot een zwaar ongeval.

Op het theorie-examen kosten fouten over zware overtredingen en snelheid 5 punten in plaats van 1. Twee zulke fouten en je bent meteen gebuisd.

De graden en straffen in vogelvlucht

Het Koninklijk Besluit van 30 september 2005 deelt de overtredingen in van de eerste tot en met de vierde graad. Hoe hoger de graad, hoe hoger de geldboete en hoe groter de kans op een rijverbod.

Derde graad Rechtstreeks gevaar GSM achter het stuur, rood licht, doorlopende streep overschrijden, geen voorrang geven. Boetes vanaf € 174 tot € 2.700, mogelijk rijverbod.
Vierde graad Zwaarste categorie Spookrijden, straatracen, overweg negeren, stopbevel agent negeren. Verplicht naar de politierechtbank: boetes tot € 4.000 en rijverbod van 8 dagen tot 5 jaar.
Graad Type gevaar Onmiddellijke inning Rechtbank & Rijverbod
1e graad Lichte overtreding (bv. richtingaanwijzer vergeten) € 58 Zelden rechtbank
2e graad Onrechtstreeks gevaar (bv. parkeren op fietspad) € 116 Rechter kan rijverbod opleggen
3e graad Rechtstreeks gevaar (bv. rood licht, gsm) € 174 Rijverbod mogelijk (verplicht bij jonge bestuurders)
4e graad Extreem / levensgevaar (bv. spookrijden) Geen (altijd dagvaarding) Altijd rechtbank: € 440 – € 4.000 + rijverbod 8d tot 5j

Overtredingen van de 1e graad

De eerste graad omvat alle overtredingen die niet uitdrukkelijk in de 2e, 3e of 4e graad zijn opgenomen. Het gaat om kleine inbreuken op de wegcode die de veiligheid niet rechtstreeks in het gedrang brengen, zoals het niet gebruiken van de richtingaanwijzer of rijden zonder de nodige boorddocumenten bij (hoewel die wel beboet worden).

Overtredingen van de 2e graad

De tweede graad omvat overtredingen die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen, of die het verkeer hinderen. Voorbeelden zijn parkeren op een plaats waar dat gevaarlijk is (zoals nabij een bocht of kruispunt), het niet dragen van de veiligheidsgordel, of het rechts inhalen waar dat niet mag.

Overtredingen van de 3e graad

De derde graad omvat overtredingen die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen, en inbreuken op het negeren van bevelen van bevoegde personen. Dit is de meest uitgebreide lijst van zware overtredingen. Hieronder vind je de volledige wettelijke opsomming per thema, met de artikelen uit de Belgische wegcode (KB 1 december 1975).

Bevelen van bevoegde personen

  • Bevelen van bevoegde personen negeren (behalve stopbevelen, die zijn 4e graad). art. 4.1

Verkeersorganisatie en rijstroken

  • Op de autosnelweg of autoweg rijden met een voertuig dat de snelheid van 70 km/u niet kan bereiken. art. 21.1
  • Spookrijden of achteruitrijden op de autosnelweg (let op: tegen de rijrichting inrijden is 4e graad). art. 21.4
  • Rijden op een reddingsstrook of de vluchtstrook wanneer dat niet toegelaten is. art. 22quinquies
  • De busstrook of bijzondere overrijdbare bedding gebruiken zonder toelating. art. 72.5 / 73.2

GSM achter het stuur

  • Een gsm of ander mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden, manipuleren of gebruiken terwijl je rijdt, behalve als het voertuig stilstaat of geparkeerd is of het apparaat in een daarvoor bestemde houder zit. art. 8.4

Snelheid en verkeersbord C43

Snelheidsovertredingen worden anders ingedeeld: meer dan 30 km/u te snel binnen de bebouwde kom, een schoolzone, zone 30 of erf is een zware overtreding van de 3e graad. Meer dan 40 km/u te snel op andere wegen leidt eveneens tot een dagvaarding voor de rechtbank.

Voorrang en kruispunten

  • Geen voorrang verlenen aan voorrang van rechts op een kruispunt. art. 12.3.1
  • Geen voorrang verlenen bij het oprijden van een weg vanaf een openbare weg of een weg met een Stop-bord (B5) of omgekeerde driehoek (B1). art. 12.3.2 / 12.4
  • Een kruispunt oprijden wanneer het verkeer vastzit en je het kruispunt zou blokkeren. art. 14

Inhalen

  • Links inhalen terwijl je de tegenliggers niet van ver genoeg kunt zien. art. 17.1
  • Links inhalen op een overweg (A45/A47), bij een inhalende voorligger (tripleren) of bij een oversteekplaats. art. 17.2

Afslaan en van richting veranderen

  • Bij het naar links afslaan een achterligger die al inhaalt in gevaar brengen. art. 19.2.2°
  • Bij het links afslaan geen voorrang verlenen aan de tegenliggers. art. 19.3.3°
  • Geen voorrang verlenen aan bestuurders en voetgangers op dezelfde weg bij richtingverandering. art. 19.4
  • Geen voorrang verlenen aan overstekende voetgangers bij het oprijden van een weg. art. 19.5

Woonerf, voetgangerszone en speelstraat

  • In een woonerf of erf voetgangers in gevaar brengen of hinderen. art. 22bis
  • In een voetgangerszone niet stapvoets rijden of voetgangers hinderen. art. 22sexies
  • In een speelstraat niet stapvoets rijden of spelende voetgangers hinderen. art. 22septies
  • Andere gebruikers in gevaar brengen op wegen voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters. art. 22quinquies / 22octies

Verlichting

  • Geen dim- of grootlichten vooraan en rode achterlichten voeren tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, of bij zicht onder ongeveer 200 meter. art. 30.1
  • De omtreklichten niet gebruiken bij voertuigen breder dan 2,50 meter in dezelfde omstandigheden. art. 30.4

Kinderen en kinderbeveiliging

  • Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm niet in een geschikt kinderbeveiligingssysteem vervoeren. art. 35.1.1
  • Een kind naar achteren gericht plaatsen op een zetel met actieve voorairbag. art. 35.1.1
  • Meer kinderen vervoeren dan er beveiligde plaatsen zijn, of het systeem verkeerd gebruiken. art. 44.1 / 35.1.3
  • Kinderbeveiligingssystemen gebruiken die niet aan de normen voldoen. art. 85.3

Kwetsbare weggebruikers

De bescherming van voetgangers, fietsers en kinderen weegt zwaar in de wegcode. Een zwakke weggebruiker in gevaar brengen is bijna altijd een zware overtreding.

  • Voetgangers op een trottoir, berm, vluchtheuvel of oversteekplaats in gevaar brengen. art. 40.1
  • Niet vertragen langs een stilstaande bus, tram of autocar die reizigers laat in- of uitstappen. art. 40.3
  • Overstekende voetgangers niet met een normale gang laten oversteken op een geregeld kruispunt, of niet stoppen voor de oversteekplaats wanneer het verkeer in jouw richting gesloten is. art. 40.4.1
  • Een oversteekplaats niet met matige snelheid naderen of geen voorrang geven aan voetgangers. art. 40.4.2
  • Een fietser of bromfietser in gevaar brengen of geen zijdelingse afstand van 1 meter houden. art. 40ter
  • Door een groep kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden breken. art. 40bis
  • Niet dubbel voorzichtig zijn bij een gesignaleerde schoolbus die kinderen laat in- of uitstappen. art. 39bis

Prioritaire voertuigen en stoeten

  • Geen doorgang of voorrang verlenen aan een prioritair voertuig met sirene. art. 38
  • Door een militaire kolonne, stoet, processie of wielerwedstrijd breken. art. 41.1
  • Niet uitwijken en stoppen bij een naderende groep wielrenners. art. 41.2
  • De aanwijzingen van gemachtigde signaalgevers, wegkapiteins of groepsleiders negeren. art. 41.3

Verkeerslichten en verkeersborden

Door het rood licht rijden is de bekendste zware overtreding van de derde graad, samen met het negeren van verbodsborden zoals C1, C23 en C35.

  • Het rood licht negeren. art. 61.1.1°
  • Een groene pijl bij rood of oranje volgen zonder voorrang te geven. art. 61.1.5°
  • Het rode kruis boven een rijstrook negeren (verboden richting). art. 62bis
  • Bord C1 (verboden richting), C21, C23, C24a/b/c, C35 (inhaalverbod) of C39 niet in acht nemen. art. 68.3

Wegmarkeringen en lading

  • Een doorlopende witte streep overschrijden of er links van rijden. art. 72.2
  • Een oranje doorlopende streep of streep van oranje spijkers overschrijden. art. 73
  • De lading van een voertuig van groep C niet correct zekeren volgens de normen. art. 45bis

Overtredingen van de 4e graad

De vierde graad is de zwaarste categorie: gedrag met het grootste en meest directe gevaar. Deze overtredingen gaan altijd naar de politierechtbank, met een fors hogere boete en een mogelijk rijverbod. Dit zijn ze allemaal.

  • De stopbevelen van een bevoegd persoon negeren: de arm(en) horizontaal uitgestrekt, of het overdwars zwaaien met een rood licht. art. 4.2
  • Een bestuurder aansporen of uitdagen om overdreven snel te rijden. art. 10.4
  • Links inhalen van een gespan of voertuig met meer dan twee wielen bij de top van een helling of in een bocht met onvoldoende zicht (zonder de doorlopende streep te overschrijden). art. 17.2.3°
  • Een overweg oprijden terwijl de slagbomen bewegen of gesloten zijn, de rode knipperlichten branden of het geluidssein werkt. art. 20.3
  • Op de autosnelweg en autoweg de dwarsverbindingen gebruiken, keren, achteruitrijden of tegen de rijrichting rijden (spookrijden). art. 21.4
  • Een voertuig laten stilstaan of parkeren op een overweg. art. 24, 3°
  • Zonder toelating deelnemen aan snelheids- of sportwedstrijden op de openbare weg (straatracen). art. 50

Wat betekent dit op je theorie-examen?

Op het theorie-examen tellen niet alle fouten even zwaar. Een gewone fout kost 1 punt, maar een fout op een vraag over een zware overtreding of over de maximumsnelheid kost 5 punten. Je start met 50 punten en hebt er 41 nodig om te slagen. Twee zulke fouten volstaan dus om te zakken.

Daarom is dit belangrijke leerstof: wie de 3e- en 4e-graadsovertredingen goed kent, herkent de strikvragen meteen en verliest geen kostbare punten. Van de 50 examenvragen gaan er ongeveer 5 vragen over de zware overtredingen. Lees ook hoeveel fouten je mag maken en alle verkeersregels.

Veelgestelde vragen

Zware overtredingen zijn de overtredingen van de derde en vierde graad. Hoe hoger de graad, hoe gevaarlijker het gedrag en hoe zwaarder de straf. Ze zijn de zwaarste en kunnen leiden tot een rijverbod.

Een fout op een vraag over een zware overtreding of de maximumsnelheid kost 5 punten in plaats van 1. Je begint met 50 punten en hebt er 41 nodig, dus twee zulke fouten kosten je meteen je examen.

Beide zijn zware overtredingen, maar de vierde graad is het zwaarst en omvat het gedrag met het grootste gevaar, zoals spookrijden op de snelweg of de stopbevelen van een agent negeren. De vierde graad gaat altijd naar de politierechtbank.

Ja. Bij overtredingen van de derde en vierde graad kan de rechter een rijverbod opleggen, naast de geldboete. Bij de vierde graad word je altijd naar de politierechtbank verwezen.

Herken jij de zware overtredingen op het examen?

Op het theorie-examen kost een fout hierover meteen 5 punten. Oefen met realistische vragen en zie direct waar je nog punten verliest.

Kies je pakket

Verder lezen: Snelheidsregels · Alcohol, drugs en gsm · Alle verkeersregels

Laatst bijgewerkt: juli 2026 · Inhoudelijk gecontroleerd door Mathieu, lesgever · Bron: KB 30 september 2005 en de Belgische wegcode

Start gratis theorie-examen